Gebedsintentie 2026:

‘Moge God, door de Eucharistie, velen bereiken en wij Hem niet afwijzen’

Anton van Duinkerken (1903-1968)

‘God doet alles om ons te bereiken, zelfs als wij Hem afwijzen’

Aldus paus Leo XIV,

‘Tijdens het Laatste Avondmaal reikt Jezus het Stuk Brood aan zijn verrader aan. (…) Hij wast de voeten, doopt het Brood en rijkt Het aan. (…) dat stuk brood [is] onze redding: omdat het ons laat zien dat God alles doet – werkelijk alles – om ons te bereiken, zelfs op het moment dat wij Hem afwijzen.’[1]

Deze woorden sprak de Heilige Vader op 20 augustus 2025 tijdens een algemene audiëntie. Zelfs aan zijn verrader, die hem zal uitleveren, doet Jezus een handreiking. Onze Vader houdt niet op ons te benaderen, roepen, lief te hebben, het is aan ons of we Hem laten naderen, naar Hem luisteren en zijn liefde beantwoorden.

‘Christus heeft Zijn leven gegeven op het kruis vanuit zijn heilswil om allen te verlossen. Maar niet iedereen staat open voor de persoon van Jezus Christus en voor de verlossing.’[2]

In deze tijd zijn velen zoekende, gelukkig vinden meer mensen de weg naar de Kerk. God zoekt ons altijd. Wij bidden dat door de Eucharistie, doordat wij communiceren en delen in het Zijn offer, meer mensen een stap naar God te zetten. Zo worden steeds meer mensen onderdeel van het mystieke Lichaam van Christus.

Augustinus schrijft:

‘Bent u het lichaam van Christus en zijn ledematen? (…) U ontvangt hier het mysterie dat u bent, het teken van wat u bent (…) U hoort: “het lichaam van Christus”, en u zegt: “amen”, (…) Weest dus wat gij ziet en ontvangt wat gij zijt.’[3] ‘Als gij waardig ontvangt, zijt gij wat gij ontvangen hebt’[4]

Als wij amen zeggen bij de communie beamen wij dat wij Christus en Zijn Lichaam dat wij ontvangen. Door Hem te beamen en ontvangen worden wij. Wij willen deze Stille Omgang bidden dat, met Gods wil, steeds meer mensen het Lichaam van Christus beamen, ontvangen en worden.

—-

[1] Uitgesproken door Paus Leo XIV tijdens een algemene audiëntie op 20 augustus 2025.

[2] Liturgische Documentatie XI, 50.

[3] Augustinus, Preek 272.

[4] Augustinus, Preek 227.